Huurbedrag en servicekosten
De huurprijs
Een verhuurder kan niet zo maar elke
willekeurige huurprijs vaststellen, maar is gebonden aan regels. In de
regelgeving is een puntensysteem ontwikkeld op basis waarvan de
huurprijs wordt berekend.
Bij het aangaan van een nieuwe
huurovereenkomst heeft de huurder een half jaar de tijd om de
overeengekomen huurprijs te laten toetsen door de Huurcommissie. De
Huurcommissie kan, indien zij de huurprijs onredelijk vindt een juiste
huurprijs vaststellen.
Als de huurovereenkomst eenmaal loopt,
dan mag de verhuurder eenmaal per jaar de huurprijs verhogen. Door de
overheid wordt jaarlijks het maximale percentage, waarmee de huurprijs
verhoogd mag worden vastgesteld en gepubliceerd. Ook tegen een verhoging
van de huurprijs kan de huurder bezwaar maken, als hij vindt, dat er
sprake is van achterstallig onderhoud of dat de huur te hoog wordt in
relatie tot het huurgenot, dat hij daarvoor krijgt. Ook in deze gevallen
kan het oordeel van de Huurcommissie gevraagd worden en kan deze
vaststellen, welke huur er zal gaan gelden.
Als er naast de
huurprijs een vast voorschot servicekosten is overeengekomen, dan geldt
daarvoor hetzelfde als voor de basishuur, dus ook dat voorschot kan
eventueel getoetst worden door de Huurcommissie.
Servicekosten
In
een huurovereenkomst kan worden vastgelegd, dat de huurder naast de
huurprijs voor extra diensten servicekosten dient te betalen. Dat zijn
kosten zoals gas, water en licht, onroerend goed belasting,
schoonmaakkosten, gebruik van gemeenschappelijke ruimten, bewaking,
onroerende zaak belasting, e.d.
Alleen die kosten, die
uitdrukkelijk zijn vermeld in de huurovereenkomst kunnen in rekening
worden gebracht. Dat gebeurt door middel van een vast maandelijks
voorschot, dat in de huurovereenkomst is genoemd.
Als er naast de
huurprijs zo’n vast voorschot servicekosten is overeengekomen, dan
geldt daarvoor hetzelfde als voor de basishuur, dus ook dat voorschot
kan eventueel getoetst worden door de Huurcommissie.
Alleen de
werkelijke kosten voor levering van energie en voor alle andere diensten
door de verhuurder mogen aan de huurder worden doorberekend. De
verhuurder dient jaarlijks een gespecificeerd overzicht van de kosten op
te maken en aan de huurder voor te leggen. Betaalde voorschotten worden
bij de eindafrekening op basis van die specificatie verrekend.
De
verhuurder mag niet zo maar alle kosten, die hij maakt als
servicekosten in rekening brengen bij de huurder. Zaken waarvoor de
huurder al huur betaalt, mogen niet opnieuw in rekening worden gebracht
via de servicekosten. Dan zou er immers tweemaal voor dezelfde zaak
worden betaald. Te vaak gebeurt dit toch. Het is dus belangrijk om te
weten welke zaken een onderdeel van de huurprijs vormen. Hieronder
worden een aantal zaken opgesomd waarvan rechters al bepaald hebben, dat
ze een onderdeel van de kale huur vormen.
Het
verhuurdersonderhoud, waaronder het onderhoud aan cv, lift, hydrofoor,
stortkoker en overige mechanische installaties mag volgens een aantal
huurcommissies en kantonrechters niet in de servicekosten worden
opgenomen. Zogenaamde service-abonnementen mogen meestal wel (voor een
deel) doorberekend worden, met name extra service (bijvoorbeeld nacht-
en weekendservice).
Het
verhuurdersonderhoud aan elektrische installaties mag volgens veel
huurcommissies en kantonrechters niet in de servicekosten worden
opgenomen. De aanleg van de gemeenschappelijke groenvoorzieningen mag
niet doorberekend worden. Het onderhoud van de groenvoorzieningen, zoals
gras maaien en snoeien mag weer wel doorberekend worden. Openbaar
toegankelijke parkeerplaatsen en bestratingen mogen niet doorberekend
worden. Schade door vernielingen in gemeenschappelijke ruimten mag in
principe niet doorberekend worden. Indien de verhuurder een centraal
antenne-systeem beheert mogen de vaste kosten niet doorberekend worden.
Het eigenaarsdeel van de onroerende zaakbelasting en het rioolrecht
mogen niet worden doorberekend.
De premie voor de
opstalverzekering mag niet worden doorberekend. Beheer- en
administratiekosten van de woonruimte mogen niet doorberekend worden,
beheer- en administratiekosten van leveringen en diensten weer wel. De
huismeester mag niet worden doorberekend voor zover hij werk doet voor
de verhuurder.
De belangrijkste servicekosten, die WEL in rekening gebracht mogen worden zijn:
*Gas, water en electra, als verhuurder die betaalt
*Schoonhouden en ontstoppen van afvoeren en goten
*Schoorsteenvegen
*Huisvuilafvoer (reinigingsrecht)
*Zuiveringsrecht
*Glasverzekering
*Schoonmaakkosten gemeenschappelijke ruimten
*Het onderhoud van de geiser en vaak ook de boiler
*BTW over door derden verleende service
*Onroerende zaak belasting (gebruikersdeel)
*Tuinonderhoud
*Kosten van de huismeester, voor zover deze werkzaamheden verricht die eigenlijk voor rekening van de huurder zijn.
Als
er verschil van mening ontstaat over de aard, omvang, kosten en
voorschotten voor servicekosten kan altijd het oordeel van de
Huurcommissie worden gevraagd, en zo nodig een procedure worden gestart
voor de Kantonrechter.
Lees ook over:
| • | Huurbedrag en servicekosten |
| • | Staat van de woning |
| • | Einde van de huurovereenkomst |
| • | Onderhuur e.a. |