|
|
 |
Advocaat types
Behalve het specifieke rechtsgebied waar uw zaak over gaat is het bij het selecteren van uw advocaat van groot belang dat u kiest voor het juiste type. Daarom geeft Rechtsbehoud u in dit hoofdstuk inzicht in de verschillende advocaat types:
De rechterlijke macht. Op de zitting ziet u deze man of vrouw, maar daarbuiten eigenlijk nooit. Toch is deze man of vrouw ter zitting uiterst belangrijk voor u. Hoe beslist hij ?
Daar zijn veel misverstanden over. De rechter is namelijk erg beperkt bij zijn beslissingen. Dat komt, omdat de rechter gehouden is aan de feiten en verzoeken zoals die hem door de advocaten gepresenteerd zijn. Tenminste in civiele zaken. Civiele zaken zijn zaken tussen burgers. Bijvoorbeeld een echtscheiding, een huurgeschil, een conflict met de winkelier over een dure aankoop. Het is dus uw advocaat, die aangeeft en beslist, waar de rechter over kan oordelen.
Als u dat weet, begrijpt u het belang van uw advocaat (of procederend jurist) pas echt : Alles wat uw advocaat nalaat bij de rechter te melden, kan in uw nadeel uitvallen ! Vergeet de advocaat bij een huurzaak bijvoorbeeld het schriftelijke huurcontract te overleggen, dan kan de rechter bijna niet anders dan de zaak afwijzen.
De enige vrijheid, die de rechter heeft, is het toepassen van het recht. Het is ook de voornaamste taak van de rechter. De rechter spreekt recht. De rechter bepaalt wat rechtens juist of niet juist is. Maar dat doet hij uitsluitend op basis van de feiten en beweringen, die in de procedure aangevoerd zijn.
Als een vonnis verkeerd uitvalt, wil de advocaat de schuld wel eens aan de rechter geven. Wees daar voorzichtig mee; want een verkeerde presentatie door diezelfde advocaat, kan er toe leiden dat de rechter niet anders kon. Ook al wilde de rechter dat wel.
Hoe beoordeelt de rechter of iets bewezen is ? Wat de rechter doet, is de hem gepresenteerde feiten indelen. Hij/zij deelt ze in in erkende feiten, niet erkende feiten en feiten van algemene bekendheid. Dat het ’s nachts donker is, is een feit van algemene bekendheid. Maar of iemand wel of niet betaald heeft, is een betwistbaar feit.
Als een feit erkend is, neemt de rechter dat als uitgangspunt voor zijn oordeel.
Als een feit niet erkend is, kijkt de rechter welke partij dat feit beweert. Dan beoordeelt hij of die partij dat feit voldoende bewezen of aannemelijk gemaakt heeft. Zo nee, dan geeft hij/zij die partij de opdracht om dat feit te bewijzen. Zo ja, dan geeft hij of aan de andere partij de bewijsopdracht of hij verklaart dat feit voor voldoende bewezen.
Bijvoorbeeld, u beweert dat u wel betaald hebt, maar uw tegenpartij ontkent dat, dan geeft de rechter u de bewijslast, omdat u beweert betaald te hebben. Als u dan geen kwitantie kunt overleggen als schriftelijk bewijsstuk, zal de rechter u moeten veroordelen tot betaling. Ook al vermoedt de rechter dat u wel betaald hebt.
Bewijsopdracht. De partij, die de bewijsopdracht krijgt, moet van het gestelde feit bewijs leveren. Slaagt die partij daar niet in, dan wordt hij vrijwel altijd in het ongelijk gesteld ! Neem een bewijsopdracht dus heel serieus en denk niet, dat loopt wel los. Dat doet het namelijk niet !
Geheime signalen op de zitting. Hier spreken advocaten met hun cliënten vrijwel nooit over. Het is een van die geheimen, waar het "grote" publiek niets van af weet. Er zijn zelfs advocaten, die die signalen niet herkennen. Dat komt, omdat niet alle rechters zich daaraan te houden. Het gaat hier om signalen, die de rechter door lichaamstaal of indirect geeft.
Signaal 1, wachten op de gang voor de zitting begint. Het kan voorkomen, dat de rechter nog niet binnen is en dus eerst via de gang, waar u zit, naar binnen gaat lopen. Hij/zij doet dat samen met de griffier. U ziet dan 2 mensen langs komen, met hun toga aan of met hun toga over de arm. Als uw advocaat of de advocaat van de andere partij hen groet, zal alleen de rechter reageren. De griffier loopt gewoon door. De reactie bestaat hierin dat de rechter, die advocaat zal terug groeten, van wie hij/zij op dat moment meent dat zijn partij in zijn recht staat. De andere advocaat wordt niet teruggegroet.
Signaal 2, ter zitting. Meestal is het zo dat de rechter in woord en gebaar indirect laat merken met wiens standpunt hij/zij het eens is. Bijvoorbeeld hij luistert voorovergebogen en aandachtig naar de advocaat van de tegenpartij. Met zijn standpunt is hij het dan eens. Maar hij luistert achterover zittend en weinig enthousiast kijkend naar uw advocaat. Uw advocaat moet dat signaleren en onmiddellijk proberen alsnog de rechter te overtuigen met nieuwe argumentatie.
De houding van de rechter heeft dus niets te maken met sympathie of antipathie. Het is uitsluitend een signaal aan de advocaten hoe de zaak er voor staat. En dat de rechter nieuwe argumentatie wil horen, wil hij/zij een ander oordeel krijgen.
Bij het weggaan ter zitting. Veel rechters hebben de gewoonte alleen die advocaat te groeten, die ze in het gelijk gaan stellen.
In het algemeen. Toch hoeft die lichaamstaal niet doorslaggevend te zijn. Het is heel goed mogelijk dat de rechter na de zitting toch tot een ander oordeel komt. Bijvoorbeeld, omdat hij merkt dat hij op de zitting een wetsartikel verkeerd uitgelegd heeft. En dat de rechter dat pas na de zitting, als hij het vonnis schrijft, bemerkt.
De structuur van een mondelinge zitting. De structuur is dat beide partijen elk 2 keer het woord mogen voeren.
1.Eerst de eisende partij. Die licht zijn eis toe. 2.Dan de gedaagde partij: die antwoord op die toelichting en legt uit waarom hij er anders over denkt. 3.Dan weer de eisende partij: die reageert daarop. 4.En tenslotte heeft de gedaagde partij als laatste het woord. Daarin reageert hij nogmaals.
Daarna is het niet meer mogelijk mondeling op die zitting verweer te voeren of argumenten aan te dragen. Als een partij dat wel doet, mag de rechter daar geen rekening mee houden. Want dan is de rechter aan de beurt. Deze stelt nu vragen over punten, die hem onduidelijk zijn. En vaak probeert hij partijen tot elkaar te brengen.
Het gevaar schuilt voor de eisende advocaat in reactie nummer 3. Hij moet dan reageren op wat hij zojuist gehoord heeft: dus heeft hij zich niet op kantoor kunnen voorbereiden. Voor de advocaat van de gedaagde schuilt het gevaar in reactie nummer 4, want hij moet dan ook ter plekke een reactie verzinnen op wat hij zojuist gehoord heeft. Het is hier, waar zich de kwaliteit van een advocaat zich openbaart. Of helaas niet......
Hier kunt U de kwaliteit van een advocaat op beoordelen. Vraag er bij anderen naar, die met hun advocaat in de rechtszaal geweest zijn. Vraag hoe hun advocaat reageerde op het betoog van de wederpartij. Want de rechter waardeert het verweer ter zitting van de advocaten hoog, als hij een vonnis gaat schrijven.
Bijna altijd proberen rechters partijen tot elkaar te brengen. Als u op de zitting bent en de beide advocaten hebben hun betoog gehouden, dan is de rechter aan de beurt. De rechter vraagt vaak naar enkele punten, die hem onduidelijk zijn. De advocaten antwoorden daarop. Uit wat de rechter vraagt is eigenlijk wel te halen wat de rechter van de zaak vindt. En daarna komt het belangrijkste.
De rechter reageert op het betoog van de advocaten. Maar de rechter mag niet 1 van beide partijen gelijk geven. Tenzij het ongelijk van 1 van beide partijen overduidelijk is. Zo niet, dan zal de rechter uitspreken hoe hij over het vervolg van de procedure denkt. Daarbij zal hij aangeven welke partij hij denkt de bewijslast te geven. Of welke bewijsproblemen 1 van beide partijen heeft.
Vervolgens zal de rechter voorstellen dat partijen de gang op gaan. Op de gang moeten partijen overleggen over een schikking. Een schikking is een afspraak, waarbij partijen hun conflict regelen. Voordat partijen de gang op gaan, geeft de rechter mee hoe hij vermoedt dat de kansen gaan liggen. Daaruit kunnen partijen afleiden of ze moeten schikken of niet.
De beleefdheidsvormen en gebruiken van een mondelinge zitting.
Vroeger werd de rechter aangesproken met edelachtbare. Dat is nu wel voorbij. U kunt de rechter aanspreken met meneer of mevrouw. De advocaten zijn erg beleefd en respectvol tegenover de rechter. Dat komt omdat de Advocatenwet dat voorschrijft. De rechters op hun beurt proberen partijen allebei de ruimte te geven hun argumenten te geven.
|
|
|