Bestuursrecht

Bestuursrecht

Het bestuursrecht geeft regels over het verkeer tussen de overheid en burgers/bedrijven. Voorbeelden hiervan zijn:  de gemeente verleent een bouwvergunning of kent iemand een bijstandsuitkering toe, de provincie kent een subsidie toe of de Belastingdienst stelt vast dat iemand in aanmerking komt voor zorgtoeslag.

Niet alle contacten met de overheid zijn echter positief van aard. Een aanvraag kan worden afgewezen, een verleende subsidie ingetrokken en een belastingaanslag kan ook inhouden dat er (fors) moet worden betaald. Een belangrijke bron van conflicten tussen overheid en burger wordt gevormd door handhavend optreden van de overheid tegen (vermeende) overtredingen. De burger kan dan worden geconfronteerd met zogenaamde dwangsom- of bestuursdwangbesluiten. Veelal wordt hierbij diep ingegrepen op de rechten en/of eigendommen van de burger. Het is zaak om tegen dergelijke besluiten snel rechtsmiddelen in te stellen: in het geval u dit niet tijdig (binnen 6 weken) doet, is het betreffende besluit onherroepelijk en kan het niet meer worden aangevochten in rechte.

 Binnen het hoofdstuk Bestuursrecht informeren we u uitgebreid omtrent de rechtsbescherming die wij u kunnen bieden:

 Dwangsombesluiten

Indien u een overtreding begaat van bestuursrechtelijke regelgeving, kan het ter zake bevoegde bestuur u in veel gevallen een dwangsombesluit opleggen. Veel van dit soort besluiten worden opgelegd in het kader van het ruimtelijk bestuursrecht, vanwege bouwen of gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Een dwangsombesluit houdt in dat het bestuur u een bepaalde termijn (‘begunstigingstermijn’) geeft om de overtreding te beëindigen (bijvoorbeeld door het illegale bouwwerk te verwijderen). Voldoet u echter niet binnen deze termijn aan de ‘lastgeving’ dan verbeurt u een (of meerdere) dwangsommen aan het bestuur. Vaak gaat hier hier om vele duizenden euro’s! U kunt tegen een dwangsombesluit rechtsmiddelen instellen (bezwaar en beroep) indien u het er niet mee eens bent. Bedenk echter wel dat het instellen van bezwaar of beroep geen opschortende werking heeft m.b.t. het dwangsombesluit. Indien hangende de juridische procedure tegen het dwangsombesluit de begunstigingstermijn verstrijkt en de overtreding nog steeds voortduurt, zult u dwangsommen verbeuren. Om dit te voorkomen dient u niet alleen rechtsmiddelen in te stellen tegen het dwangsombesluit maar daarnaast tevens een verzoek tot voorlopige voorziening in te dienen bij de rechter met het verzoek de wrking van het dwangsombesluit te schorsen hangende de procedure tegen het dwangsombesluit.

 Is het bestuur van mening dat u dwangsommen hebt verbeurd, dan zal over worden gegaan tot invordering van deze dwangsommen. Dit gebeurt door middel van een zogeheten invorderingsbeschikking die het bestuur u oplegt. Ook hiertegen staat weer rechtsbescherming open via bezwaar en beroep.

 Gelet op de grote financiële belangen die gemoeid gaan met dwangsombesluiten en invorderingsbeschikkingen en de korte (fatale) termijnen om hiertegen rechtsmiddelen in te stellen, is het zaak om hier als leek zo snel mogelijk deskundige juridische bijstand bij in te roepen.

 Bestuursdwangbesluiten

Bestuursdwangbesluiten komen grotendeels overeen met dwangsombesluiten, met een belangrijk verschil: voldoet men niet tijdig aan een bestuursdwangbesluit dan verbeurt u geen dwangsom, maar zal de overheid zelf de overtreding beeindigen en de kosten daarvan op u verhalen. Het bestuur kan bijvoorbeeld een illegaal geplaatst schuurtje verwijderen en de rekening daarvoor neerleggen bij de overtreder. In (zeer) spoedeisende situaties kan het bestuur zelfs tot optreden gaan zonder de overtreder eerst nog een termijn te geven. Het besluit wordt dan pas achteraf op schrift gesteld.